Teksten en ideeën. De Kleine Lettertjes: 06 - 28063863.

Grip op een ongrijpbaar fenomeen:
familiebedrijven in de tuinbouwsector.

‘Je bent een gisse interviewer.’ Aldus hoogleraar Pursey Heugens van de Erasmus Universiteit, die ik interviewde voor de Hillenraad100, editie 2019. Deze Hillenraad100 is in de loop der jaren uitgegroeid tot een fenomeen in de tuinbouwsector. In dit magazine krijgen de honderd meest toonaangevende horti-ondernemingen van Nederland een ranking, op basis van een complex en uitgebalanceerd rekenmodel. De bedrijven in de lijst zijn internationaal actief, innovatief, toekomstgericht en absoluut onderscheidend. Voor de Hillenraad100 schrijf ik al sinds jaar en dag de bedrijfsprofielen en interviews voor het magazine. Het is elk jaar weer een feest om in deze geweldig dynamische sector te mogen duiken en te mogen spreken met mensen die (anders dan wat we nogal eens aan de tafels van de talkshows zien) verstand van zaken hebben. Zo ook dus Pursey Heugens, hoogleraar van het Erasmus Centre for Family Business. Hier de integrale tekst van het artikel in het Hillenraad100-magazine van 2019.

De KUBO Group. Enza Zaden. Rijk Zwaan. De Dutch Flower Group, Koppert Biological Systems. Stuk voor stuk familiebedrijven en leidend in de Hillenraad100. Familiebedrijven doen het verhoudingsgewijs enorm goed in het Nederlandse glastuinbouwcluster. Zijn ze beter uitgerust om te opereren in de wereld van vandaag de dag? Prof. Dr. Pursey Heugens van de Erasmus Universiteit over hun kracht èn zwakke kanten. 

‘De VUCA-wereld.’ Professor Pursey Heugens van het Erasmus Centre for Family Business kijkt ietwat meewarig als we het gesprek openen met een verwijzing naar die term. ‘Ik heb niet zo veel met die theorieën. De wereld zou nu Volatile, Uncertain, Complex en Ambigue zijn. De jaren zestig waren dat ook, net als de wereld tijdens de oliecrisis van 1973. Oftewel: bedrijven, dus ook familiebedrijven, opereren per definitie in onzekere omstandigheden. Als je vraagt wat familiebedrijven – in welke omstandigheid dan ook  – anders doen, dan zie je wel een aantal constanten. Ze zijn over het algemeen wat conservatiever in hun gedrag, bijvoorbeeld. Als het tegenzit, doen ze het beter. Gaat het beter, dan kunnen ze wat trager reageren. Maar er zijn zeker uitzonderingen. Kijk in de hortisector maar naar de grote zaadveredelaars/groene-geneticabedrijven . Dat zijn superactieve bedrijven die voorop lopen. Ze durven echt stevig te investeren in R&D en internationaal te ondernemen, ook wanneer het tegenzit. Maar over het algemeen zijn de toppen wat minder hoog, de dalen enigszins gedempt.’

‘Werken in’ versus ‘werken aan’

Aan tafel zit ook Ruud Loos, Senior Manager Familiebedrijven bij BDO. BDO ondersteunt wetenschappelijk onderzoek door de vakgroep van Pursey Heugens, om zo meer grip te krijgen op het hybride fenomeen familiebedrijven. Hij vult Pursey aan: ‘De grotere familiebedrijven worden meer en meer geleid als een corporate. Daar zie je dat de directie inmiddels helemaal niet meer bevolkt wordt door alleen familieleden, er zitten ook anderen aan het stuur.  Dat is wezenlijk anders dan de vaak kleinere familiebedrijven met een standaard-signatuur.’ Pursey Heugens: ‘Wat nu de succesvolle familiebedrijven – grote èn kleine – onderscheidt van de bedreigde familiebedrijven – ook hier grote èn kleine – is het verschil in nadenken over overdracht van eigendom en bestuur. Het is het verschil tussen werken in en werken aan je bedrijf. Bij alle familiebedrijven speelt de tweespalt tussen het economische belang van het bedrijf en de sociaal-emotionele waarde die de onderneming voor de ondernemer/eigenaar heeft. Daardoor blijven essentiële discussies soms te lang liggen en komen zeker de kleinere bedrijven in de problemen. Want zie, deze sector is enorm aan schaalvergroting en consolidatie onderhevig. Nu heb je niet per se schaal nodig om te overleven, je kunt het ook spelen over de lijn van innovatie. Maar dan moet je daar wel op tijd bij zijn met voldoende middelen. Te vaak echter komen bij de overgang tussen de generaties meerdere breuklijnen tegelijk samen. Er speelt emotie: de eigenaar die zich los moet weken van zijn of haar bedrijf. De technologische breuklijn speelt ook een rol: de eigenaar kijkt minder vooruit en investeert niet meer. En dan is er nog de financiële en fiscale breuklijn: hoe regelen we het eigendom en pensioen? Als je die breuklijnen over de tijd uit elkaar kunt trekken, waardoor die economische afschrijvingsperiode niet langer samenvalt met de carrièrehorizon van de vertrekkende generatie, dan kun je ook kleinere bedrijven toekomstbestendig  houden. Ga dus eerder het gesprek aan, kijk wat er nu al nodig is om de komende generatie een kans te geven.’ 

Sterk in procesinnovatie en klantenbinding

Familiebedrijven hebben dus specifieke valkuilen, maar ze hebben zeker ook specifieke voordelen, weet Pursey Heugens. ‘Niet-familiebedrijven zijn over het algemeen wat sterker op het gebied van productinnovatie, familiebedrijven daarentegen doen het vaak beter op het vlak van procesinnovatie. Familiebedrijven doen het ook beduidend beter op het vlak van R&D. De kosten voor de ontwikkeling van een patent zijn binnen het gemiddelde familiebedrijf ongeveer een zesde van die bij een grote corporate. En: de eigenaar-CEO van een familiebedrijf besteedt veel meer tijd aan z’n relaties, daar waar andere CEO’s vooral druk zijn met de aandeelhouders. Eigenaren van familiebedrijven zitten veel vaker bij de klant en vragen “Wat heb jij nou nodig?’. Dat is ideaal en onderscheidend, want de enige vorm van innovatie die zichzelf echt terugbetaalt, is client driven innovation.’ 

Personeelsbeleid en samenwerking

Familiebedrijven zijn per definitie onafhankelijk, en ook dat heeft voor- en nadelen. ‘We zien dat familiebedrijven graag bij alles voor 100% in controlwillen zijn, ze gaan hun eigen gang. Ze nemen het wat minder nauw met regels op bijvoorbeeld het vlak van personeelsbeleid; diversiteit is zeker in de tuinbouw een ondergeschoven kind. We weten ook uit recent onderzoek dat familiebedrijven veel minder uitgeven aan interne opleidingen. In de huidige krappe arbeidsmarkt zetten veel bedrijven in deze sector zich daarmee op achterstand. Door die “eigenheimer-instelling” vinden veel familiebedrijven het ook lastig om met anderen samen te werken. Om die reden nemen familiebedrijven verhoudingsgewijs vaker over dan andere bedrijven. Immers, bij een overname heb jij het voor het zeggen, bij een alliantie moet je water bij de wijn doen. De influx van private equity in de sector helpt daarbij ook niet, want die draagt bij aan koopdrang en zet rationelere en soms slimmere allianties buiten de deur. Alles op een rijtje zettend, kun je familiebedrijven als tips meegeven: denk inter-generationeel, blijf die klant koesteren en kijk eens wat beter naar samenwerkingsmogelijkheden.’  

Meer posts lezen? Klik hier.

Ook weer gedaan:
magazine voor
Van Omme en De Groot

Al sinds 2011 ben ik elk jaar de preferred copywriter voor het magazine DOEN van Van Omme en De Groot. Interviews afnemen op de gekste locaties. Op daken van hoogbouw. Boven op een bouwkraan. Op de start- en landingsbaan van Rotterdam The Hague Airport. De voorbeelden staan elders op deze site. Deze zomer maakten we nummer 16, waarvoor ik mezelf terugvond in o.a. een door Corona verlaten Diergaarde Blijdorp. Het thema van het magazine was deze keer ‘Doendenken’. Want je kunt wel bij de pakken neer gaan zitten, maar je komt verder met de schouders eronder. Daar gaan de inspirerende verhalen over. Zie hier het volledige magazine.

Naam en website voor vastgoedproject
Het Boegbeeld Op Scheveningen

‘Het Boegbeeld is het jongste voorbeeld van de nieuwe koers die Scheveningen vaart. Rond de haven wordt geleefd als nooit tevoren. Steeds meer toonaangevende restaurants openen hier hun deuren. Dit is ook de thuishaven van zeilers, surfers en de Volvo Ocean Race. En zie de revival van de boulevard. Het havengebied is ontdekt door mensen die alles uit het leven willen halen. Het krijgt meer en meer de grandeur van het naastgelegen Statenkwartier. In die golfbeweging past Het Boegbeeld. Dit veelzijdige appartementencomplex wordt gebouwd naast en boven het legendarische visrestaurant Weduwe van der Toorn. Dit wordt hét symbool van het nieuwste Scheveningen.’ Aldus de tekst die ik schreef voor dit project aan de Eerste Haven in Scheveningen.